15 januari 2019

Loonbelasting en inkomstenbelasting

Geen idee hoe ik hier een aantrekkelijke blogpost van moet maken. Maar ik ben er echt verbaasd over, en ik had me voorgenomen om over mijn verbazingspunten in het kader van pensioenen te bloggen. Nederland heeft:

een Wet op de loonbelasting 

én

 een Wet inkomstenbelasting

Ik had me dat nooit zo gerealiseerd en toen ik het las, kwam het op me over als dubbel. Natuurlijk heb ik even gegoogeld. Ik heb wikipedia en rijksoverheid.nl geraadpleegd. Daarvan heb ik (opnieuw) geleerd:
  • Inkomstenbelasting is breder dan loonbelasting.
  • Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting.
Die voorheffing is prettig voor de overheid en de belastingplichtige: zo is er een constante inkomensstroom respectievelijk hoef je niet ineens een heel groot bedrag te betalen, en de kans op wanbetaler (worden) is kleiner. 

In de Wet op de loonbelasting staat, vrij uitgebreid, wat wordt verstaan onder een pensioenregeling. De Wet inkomstenbelasting verwijst daarnaar, en voegt er dan nog 4 (andere ?) pensioenregelingen aan toe. Dat vind ik dan toch wel weer verbazingwekkend.

Voor de 'volledigheid': de wetten hebben allebei een jaartal: 1964 (loonbelasting) en 2001 (inkomstenbelasting).

11 januari 2019

Pensioen: verplicht of niet

De meeste werknemers in Nederland bouwen verplicht pensioen op via hun werkgever, maar niet allemaal. Omdat die verplichting wettelijk vastligt, verwacht ik gelijkheid in behandeling, of een doordacht beleid waarom de ene werknemer wel, en de andere werknemer niet verplicht wordt pensioen op te bouwen.

Maar volgens mij is daar geen sprake van. Raar toch?! Of kan iemand me vertellen op basis van welke filosofie onderscheid wordt gemaakt?

Ben jij in loondienst? Bouw je verplicht pensioen op? Weet jij waarom?

10 januari 2019

Pensioen: interessant of niet?

Als ik schrijf dat ik vervroegd met pensioen wil dan bedoel ik met pensioen: financieel onafhankelijk zijn, niet meer te hoeven werken om de dingen die ik moet en de dingen die ik wil te kunnen betalen, vrij zijn. Dat is het pensioen waarvoor ik me interesseer, en misschien is pensioen niet zo'n handige term.

Pensioen

Pensioen is immers ook de voorziening die je via een werkgever opbouwt om vanaf je officiële pensionleeftijd (of iets eerder of later) maandelijks een uitbetaling te krijgen zonder dat je ervoor werkt (op dat moment).
Vervolgens heb je ook nog AOW, het pensioen van de staat, ook goed voor een maandelijkse uitkering vanaf je pensioenleeftijd.
Tot slot kun je zelf, dus niet via je werkgever, pensioen opbouwen.

Passief inkomen

Dat pensioen of die pensioenen interesseerde(n) me eigenlijk niet zo. Je wordt namelijk financieel onafhankelijk door voldoende passief inkomen te genereren, passief inkomen dat altijd doorloopt. Dat wil ik voor elkaar hebben ruim voor mijn officiële pensioenleeftijd. En als ik het daarvoor voor elkaar heb, heb ik die extra maandelijkse betaling niet nodig vanaf mijn 71e.

Interen op je vermogen

Er is ook een ander scenario denkbaar, zonder passief inkomen. Het kan zijn dat je op een gegeven moment zoveel pensioen hebt opgebouwd dat je vrij zeker weet dat je na je pensioenleeftijd kan leven zoals je wil van de maandelijkse uitbetaling (+AOW). Je hoeft dan niet meer te werken om pensioen op te bouwen, maar je moet wel ergens van leven tot je pensioenleeftijd. Als je voldoende vermogen hebt, kun je dat gaan 'opleven', je teert dan in op je vermogen. Je weet natuurlijk nooit hoe het leven loopt, maar je weet wel vanaf wanneer je pensioen krijgt en je geen geld meer uit je vermogen nodig hebt. Je kan dus ongeveer inschatten hoe lang van tevoren je kunt stoppen met werken.
Zeker als je pensioenleeftijd niet meer al te ver weg is, kan dit werken. Je kunt dan redelijk zeker zijn van je pensioen en de AOW, en ook van je levensstijl en bijbehorende kosten (al blijft het lastig te voorspellen hoeveel geld je nodig hebt voor zorg).

Ver weg

Maar als je pensioenleeftijd nog ver weg is, wordt het lastiger. Want niemand weet hoe de pensioenen (via werkgevers en die van de staat) zich ontwikkelen. Hoeveel is er nog van over als ik 71 ben? Je weet het niet, dus het veiligste is om er maar helemaal niet op te rekenen. Ietwat kortzichtig geredeneerd hoef je er dan ook niets van te weten. Zeker niet als je gestopt bent met werken, want dan kosten al die voorzieningen je ook geen inkomen.

Verdienen en verdiepen

Maar nu werk ik weer, en toevallig werk ik voor een bedrijf dat veel voor pensioenfondsen werkt. Dus ik krijg nu al inkomen uit pensioenen :) Ik zie allerlei termen en strategieën langskomen in de teksten die ik moet beoordelen. Ik word daar toch wel nieuwsgierig van. En bovendien is het ook wel echt makkelijker teksten redigeren als je snapt waar het over gaat. Ik ben me nu dus meer aan het verdiepen in pensioenen, en ik ben van plan om daar af en toe over te schrijven: weetjes, verbazingspunten, leerpunten.

6 januari 2019

Levenslessen

We probeerden op een speelse manier onze logeerkindjes wat te leren van hoe wij tegen persoonlijke financiën aankijken. Dat ging met wisselend succes, maar zoals wij van hen geleerd hebben: 

Van proberen, kun je leren.


De begrippen aandelen en leningen&rente deden het begrijpelijkerwijs niet zo goed. De favoriete voorbeelden waren denk ik toch wel:

1. Als je een spelletje maakt voor op de Ipad, en het wordt veel gespeeld, kun je daar elke maand geld mee verdienen.
Er werden meteen verhaallijnen voor spelletjes verzonnen. We bespraken ook dat je dan wel een computer of een Ipad moet kopen (of ooit hebben gekocht) en dat dat dus ook één keer geld kost. Én dat het best wel moeilijk is, en dat je er dus wel wat tijd in moet steken om te leren hoe je zo'n spelletje maakt.

2. Als je een hondje koopt, moet je elke dag eten voor hem kopen. 
Je hebt ook veel plezier van een hondje (glinsterende oogjes), geld is niet het enige wat telt, maar het is wel goed om over na te denken of je het kan betalen.
Gefronste voorhoofdjes, maar als ze mochten kiezen zouden ze toch wel een hondje kiezen. Hoewel ... "Je moet wel DRIE keer per dag met een hondje gaan wandelen, ook als het regent." Bij de drie gingen er dreigend drie vingertjes de lucht in. Ik geloof dat die wandelingen (die er blijkbaar al eerder ingeprent waren) meer indruk hebben gemaakt dan het geld. We hebben nog wel even de leukste hondennamen uitgewisseld, want over hondjes dromen kost niets, ook geen natte wandelingen.

3. Als je verhuist naar een groter huis, moet je elke maand meer geld betalen. 
"Haha, dat ga ik echt nooit doen, want ik woon al in een groot huis, en hier hebben we ook een groot huis." Bijval van de ander: "Ja dat zou echt stom zijn." Fijn om te horen dat ze tevreden zijn. Ik heb trouwens nog nooit een kind horen klagen over een te klein huis (ligt dat aan mij?), maar toch: fijn. En ook een fijn idee dat we misschien wel een zaadje hebben geplant tegen ondoordacht altijd alles maar groter willen.

Oliebollen

Naast "Van proberen kun je leren" hebben we nog iets geleerd of, nou ja, in ieder geval weer even goed tussen de oren gekregen: 
Na het schaatsen gingen we oliebollen halen. Ons logeetje wilde ook wel wat drinken. 
Op mijn: "We gaan thuis lekker wat drinken," reageerde hij erg teleurgesteld. Ik legde uit dat we al best wat geld uit hadden gegeven aan schaatsen en oliebollen en dat we op het drinken wat wilden besparen door dat thuis te doen, "... want het drinken thuis is veel goedkoper. Weet je nog?
Het leek of er ineens wat kwartjes vielen: "Ja, we moeten zo min mogelijk boodschappen doen en dan sparen en dan iets slims met het geld doen!"
Het klonk voor mij alsof hij niets meer wilde kopen, dus ik zei dat we geen honger moesten lijden.
"Neehee," hij keek me aan met zo'n begrijp-me-dan-blik, "ik zei toch ZO MIN MOGELIJK, dat betekent niet niets, dus dan hebben we ook geen honger.
O ja, das waar ook:

Je hoeft geen gekkie te worden die alleen maar ganzetongen uit de tuin van de buurman eet (no offence).

2 januari 2019

Uitgaven 2018

Net als in 2017 hield ik in 2018 niet precies bij wat ik uitgaf. Ik hield (een natte) vinger aan de pols door te letten op wat ik maandelijks bij moest storten. Als dat maar niet te hoog werd, dan was er geen reden tot paniek. Omdat ik vond dat ik in 2017 iets te veel had uitgegeven, heb ik die grens van duizend euro naar negenhonderd gebracht. Begin september ging ik daaroverheen. Eerlijk gezegd heb ik daar weinig consequenties aan verbonden. Tot zover de functie van de paniekgrens.

Methode

Ik heb weer alle bedragen die op mijn betaalrekening bijgestort zijn en die niet een terugbetaling of voor een reservering of investering waren bij elkaar opgeteld. Daar heb ik het beginsaldo bij opgeteld en het eindsaldo afgetrokken. Ik heb er nog 200 euro bij opgeteld omdat mijn vader me af en toe contant geld geeft.

In 2017 heb ik €15.675,- opgemaakt.
Dat is €1.306,- per maand. 


Hierin zijn alle werkelijke uitgaven meegeteld, van noodzakelijk tot pure luxe, periodiek en eenmalig. Dus mijn ziektekosten zitten erin, maar ook de reis naar China en de Champagne-uitgaven.

Conclusie

Het is minder dan vorig jaar. Daar ben ik blij mee. Toen was het net iets te veel vond ik (1.340,- per maand). Het is bovendien keurig rond het bedrag van mijn ijklijstje (1.310,-). Ik heb dat ijklijstje sinds 2017 niet meer bijgesteld en dat hoefde dus ook niet. Ik vind het qua inzicht wel best zo. Ik ben behoorlijk tevreden met mijn uitgaven.