2 april 2015

Rekenregels voor je Benodigd PensioenVermogen

Als je straks eenmaal met pensioen bent, wil je je echt niet meer druk hoeven te maken om geld. Dat is eigenlijk zo’n beetje de definitie van de andere omschrijving van vervroegd pensioen: financieel onafhankelijk zijn.
Als je kunt leven van het rendement op je vermogen en je weet zeker dat je vermogen niet op kan raken door je jaarlijkse uitgaven, hoef je je niet meer druk te maken. Dat is het idee. Hoeveel vermogen heb je dan nodig? Het sommetje daarvoor is volgens MMM:

Benodigd PensioenVermogen (BPV) = Huidige uitgaven per jaar X 25
(Oftewel ‘Factor Fijfentwintig’: F25)


Mevrouw Money Wenkbrauw is iets voorzichtiger (ik hoop overigens natuurlijk dat MMM gelijk krijgt). Het sommetje volgens MWM is:

Benodigd PensioenVermogen (BPV) = Huidige uitgaven per jaar X 32
(Oftewel ‘Times TweeënDertig’: T32)


Als je dit aannemelijk vindt en je geen zin hebt in gereken, kun je hier stoppen. Je moet per slot van rekening (haha) waarschijnlijk al genoeg rekenen voor al dat gebespaar en het laten werken van euro’s. Als je van rekenen houdt of behoefte hebt aan iets meer achtergrond, zodat je zelf kunt beoordelen wat jouw BVP is, lees dan verder.

Factor Fijfentwintig volgt direct uit de 4%-regel. De 4%-regel is niets anders dan het Veilige-Opname-Percentage. Als ik de definitie van MMM vertaal, krijg ik dit:

Het Veilige-Opname-Percentage is het maximum percentage dat je kunt uitgeven
van het vermogen dat bedoeld is voor je pensioen
zonder dat je vermogen ooit opraakt.


Mr. Money Mustache hanteert hiervoor 4%. Hij legt het op zijn site ongeveer als volgt uit: De meest simpele manier om dat percentage te begrijpen is uitgaan van een gemiddeld rendement op investeringen van 7% en een inflatie van 3%.
Daar valt van alles op af te dingen, maar ook uit de Trinity study volgt dat zelfs in de allerslechtste jaren (qua rendement en inflatie) van alle jaren sinds sinds 1925 4% opname ‘sustainable’ was. Natuurlijk zijn ook in de Trinity study aannames gedaan die negatiever uit kunnen vallen, maar er zijn ook –zo betoogt Mr. Money Mustache- veel aannames gedaan die waarschijnlijk positiever uitvallen.

Wat Mevrouw Money Wenkbrauw niet helemaal begrijpt is hoe inflatie toegepast op mijn uitgaven in dit verhaal past. Stel: ik geef nu 20.000 euro per jaar uit. Volgens F25 betekent dat dat mijn BPV 500.000 is. Als ik dan 4% mag opnemen per jaar, heb ik inderdaad keurig 20.000 euro per jaar. Nu komt het maar-gedeelte:
Ik ga er zeker tien jaar over doen om die vijf ton bij elkaar te krijgen. Dan mag ik dus over tien jaar voor mijn eerste pensioenjaar 20.000 euro opnemen en uitgeven. Dat is best leuk, maar over tien jaar kan ik niet zo veel kopen van 20.000 euro als nu. Dat heet inflatie en dat wordt in de volgende jaren van mijn pensioen alleen maar erger.

Als ik het wikipedia-artikel over de Trinity study goed begrijp, bedoelen ze daar: 4% in het eerste jaar, en daarna mag het bedrag dat je opneemt, stijgen met de inflatie. Dat past wel bij de aanname dat je gemiddeld rendement hoger is dan 4%. Je vermogen groeit dan nog, terwijl je met pensioen bent, en het bedrag dat jaarlijks uit de 4%-regel komt ook. So far, so good voor tijdens mijn pensioen, maar dan heb ik nog niet de tien jaar inflatie tijdens het opbouwen van mijn BPV ‘gecovered’.

Als ik uitga van 2,5% inflatie per jaar (dat is het gemiddelde van de ‘slechtste’ 10 jaren van de afgelopen 19 jaar), kom ik op T32 en dus een hoger BVP, namelijk 6,4 ton. Dat is enerzijds een voorzichtige aanname, anderzijds gaat het er wel van uit dat ik bijn zesenhalve ton in tien jaar bij elkaar spaar. Daarvoor lig ik nog niet helemaal op schema.

Als je van oud naar nieuw leest, kun je hier klikken voor het volgende blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen