5 oktober 2017

Op is op

Ik ging winkelen. Of nee, ik ging gericht naar een winkel. Om iets te kopen wat ik nodig had. Het heeft even geduurd voordat ik toegaf dat het nodig had. Maar toen ik van de week nog eens naar de kraag van mijn blauwe bloesje keek, zag ik dat het toch echt niet meer (lang) kon. De puntjes en de rand van de kraag waren wit en gerafeld. Ziet er wel heel vintage uit. Is dat nog hip?


Gesneuvelde bloesjes

De vraag of het hip is, is voor het blauwe bloesje misschien nog interessant maar niet voor het roze bloesje: daar zit een scheur in. En hip of niet, dat wil ik echt niet. Dus moesten er nieuwe bloesjes komen, want ik draag graag en vaak bloesjes, en er zijn er afgelopen periode meer gesneuveld.

Vervangen in plaats van vernieuwen

Het hoort erbij als je niet (meer) met elke modegril meeloopt en niet van elk apparaat elke nieuwe versie die uitkomt meteen moet hebben: dat je dingen moet vervangen omdat ze echt op zijn. Dat merk je als je een tijdje bezig bent. Ik blijk dat lastig te vinden: ik heb mezelf er behoorlijk van doordrongen dat ik geen nieuwe spullen nodig heb, dat ik liever geen geld uitgeef, en dan ‘moet’ het opeens toch. Overigens is dat 'moeten' arbitrair. Er zijn vast mensen die vinden dat je ook met twee bloezen prima kunt overleven. Ik wil dat niet, omdat ik het leuk vind om verschillende kleuren te dragen. Dat is een keuze, net als het ook een keuze is om niet meer elk seizoen nieuwe kleren te kopen. Al die keuzes moeten een plaats krijgen in mijn systeem. 

Stop

Het is trouwens niet zo dat ik me nooit meer laat verleiden tot het kopen van iets leuks. Maar ik had een stop gezet op het kopen van bloezen want die had ik genoeg (meer dan tien). Die stop moest er nu even af. En bijna trok hij andere stops mee. Want toen ik in die kledingzaak stond, zag ik leuke truien en o-wat-een-leuke-broek hangen voor weinig geld. Ik nam de broek mee het pashokje in. Maar daar viel de stop van de broeken weer terug op zijn plek. Ik heb alleen de bloesjes gepast en gekocht.


Sorry Mark, is het toch weer een blogje geworden dat waarschijnlijk meer vrouwen aanspreekt dan mannen, omdat het over kleren gaat (schreef zij ouderwets generaliserend). Maar ik heb nu wel het bruggetje van het specifieke voorbeeld naar het algemene principe expliciet gemaakt. Toch?
Als je dit niet begrijpt, kijk dan even naar de opmerkingen bij dit blogje.

4 oktober 2017

Gratis geld

Erik Zwerver laat in zijn boek een vriend aan het woord:

"... de beste manier om eten te krijgen: er eerlijk en ronduit om vragen."

Ik had een foto van de quote gemaakt omdat ik het een mooie aanleiding vond om te bloggen over bedelen. Toen ik ermee aan de slag ging merkte ik dat ik er niet een heel blogje over wilde schrijven.

Fair

Mijn idee over bedelen komt hier op neer: Ja, met bedelen kun je geld of eten verdienen. Maar als het niet noodzakelijk is, vind ik het niet fair. Niet fair tegenover de mensen die het harder nodig hebben en niet fair tegenover de mensen die jou iets geven met het idee dat ze iemand in nood helpen, ook al zijn dat hun aannames en doen ze het vrijwillig. Als je heel eerlijk op je bord schrijft: Ik wil gewoon geld verdienen met bedelen, vanavond ga ik naar huis om te eten en te slapen, zou het nog kunnen. Maar ik weet niet of dat wat oplevert.

Menselijk

In mijn google-zoektoch over bedelen kwam ik een artikel tegen met als titel 'Moet je bedelaars geld geven?' Ik vraag me dat regelmatig af. Ik geef bijna nooit geld aan bedelaars omdat ik denk dat ik ze daar niet mee help. Door ze geld te geven, zou ik ze afhankelijk maken van het bedelen. En dus doe ik het niet. Maar soms roept er een stemmetje: Is het niet andersom? Zijn ze niet al afhankelijk van het bedelen? En: Het is lastig betere plannen dan bedelen bedenken als je honger hebt en als je het gevoel hebt dat je er helemaal alleen voor staat, dat niemand een ander wil helpen. Iemand wat geld geven is ook gewoon aardig, warm, menselijk en geeft beiden een goed gevoel, ook al verhelp je niet meteen alle problemen. Toch doe ik het meestal niet. 

Hengel

Het artikel gaat over onderzoeken waaruit blijkt dat gratis geld arme mensen helpt. Zelfs arme alcoholisten, drugsverslaafden en criminelen blijken gekregen geld uit te geven aan eten, kleren, medicijnen, en het opzetten van nieuwe bedrijfjes. Ik was altijd wel onder de indruk van de wijsheid dat je iemand beter een hengel kunt geven dan een vis. Nu ik dit artikel heb gelezen, realiseer ik me dat dat helemaal van de omstandigheden afhangt. In een woestijn heb je niets aan een hengel. Of minder voor de hand liggend: dat voor iemand die het temperament niet heeft om vissen te vangen een hengel ook niet de beste gift is.

Antwoord op de vraag krijg je overigens niet echt, dat geven ze ruiterlijk toe, maar wel veel andere wijsheid. Dus ik gooi er ter afsluiting nog een quootje in:

Geld is flexibel. Geld is efficiënt. Het leukste aan geld is dat je er dingen mee kunt kopen die je nodig hebt, in plaats van dingen waarvan experts denken dat je ze nodig hebt.

Voor de zekerheid: ik heb geen aandelen in de Correspondent en verdien hier ook niets aan. Ik ben gewoon alleen maar enthousiast en aan het denken gezet.




3 oktober 2017

Heb ik dood kapitaal?

In mijn vorige blogje stel ik zonder onderbouwing dat ik geen dood geld heb. Ik vond het nog wel leuk om dat even te onderbouwen volgens de redeneringen in dat blogje. Het is een beetje een rommelig stukje geworden, excuses aan de lezers. Ik heb ervoor gekozen om het toch te publiceren om mijn gedachtengang vast te leggen. Het is een tussendoortje.

De redenering van Erik Zwerver

De afgelopen 9 maanden heb ik gemiddeld 1.225 euro per maand uitgegeven (dat is minder dan verwacht, jippie).
Als ik als afgebakende periode (de vier weken van Erik) de tijd tot mijn pensioenleeftijd kies, heb ik nog 341 maanden te gaan. 1.225 x 341 = €417.725,-. Hè, dat heb ik niet, geen dood kapitaal dus.

Als ik als afgebakende periode de tijd tot het geplande einde van mijn voorproefpensioen kies, dan heb ik nog 36 maanden te gaan. 1.225 x 36 = € 44.100. Daar zou ik dan naar analogie van Eriks reserves, de ene dollar, nog 45% bij op moeten tellen, dan kom ik op €63.945. Dat heb ik wel, dan heb ik zelfs nog €2.873,- over. Een beetje dood geld dus. Maar ik wil dat geld graag gebruiken om mijn voorproefpensioen te kunnen verlengen. Dus echt dood geld is het niet.

De redenering van Mr. Money Mustache

Dit is heel simpel. Het houdt bij de eerste zin al op: ik heb op het moment geen inkomen, daar blijft dus ook niets van over. Ook hier zou ik kunnen rekenen met de bedragen die ik heb gebruikt toen ik mijn voorproefpensioen plande. Ik rekende erop dat ik mezelf elke maand €1.450 moest uitkeren (even zonder de inflatie). Dan blijft er nu elke maand 225 euro over om te investeren.

Hmm, als ik er zo mee bezig ben, spelen er twee dingen door mijn hoofd:
  1. Ik zou de excelsheet van mijn voorproefstand weer eens goed bij moeten werken.
  2. Wil ik echt niet een deel van wat ik overhoud (ten opzichte van mijn oorspronkelijke planning) gebruiken om af te lossen of te investeren?
Dit is echt even hardop denkend, dus minder doorgedacht dan de dingen die ik normaal blog (wat ook niet altijd allemaal 100% uitgekristalliseerd is, maar dit is wel de minst uitgekristalliseerde tot nu toe, denk ik.) 

2 oktober 2017

Dood kapitaal moet belegd worden

Wanneer is geld ‘over’? Ik schreef begin september al dat ik daar nog een keer op terug wilde komen. Ik heb een grof idee in mijn hoofd maar het antwoord voor mezelf nog steeds niet geformuleerd als ik deze passage tegenkom in mijn boek:


Reserves

Omdat het over een afgebakende periode gaat, is het voor onze student-zwerver makkelijk rekenen. Hij vermenigvuldigt de kosten van de afgelopen week met het aantal weken dat hij nog denkt te blijven. Hij houdt een buffer 'de reserves' aan van 1 dollar. Dat is 45% oftewel 1,8 weken op 4 weken. Hij lijkt overigens niet te diep na te denken over die buffer, 1 is een lekker afgerond getal.
Toen ik het las vond ik het wat weinig die ene dollar, ook als je het zou omrekenen naar huidige bedragen, maar omgezet in een percentage lijkt het me een prima buffer.

Meer uitgegeven

Overigens is het mij niet helemaal duidelijk hoe hij aan die 55 cent komt. Hij zou met 10 dollar op stap gaan, er is sinds zijn aankomst in New York een week verstreken en hij heeft nog 2,20 + 1,00 + 6,00 = 9,20 over. Dat zou volgens mij betekenen dat de eerste week 80 cent gekost heeft. Maar misschien heeft hij voor of tijdens de reis een kwartje opgemaakt. Hij heeft de eerste week sowieso meer dan 55 cent uitgegeven, maar hij heeft ook geld verdiend. Hij rekent er kennelijk op dat hij ook tijdens het vervolg van zijn reis ongeveer net zo veel geld kan verdienen. Waarom ook niet.

Investing the rest

Hoe dan ook, hij komt tot de conclusie dat hij zes dollar ‘over’ heeft. “... en dood kapitaal moet belegd worden.” Dat is ongeveer wat Mr. Money Mustache ook zegt in een kort door de bocht-versie van zijn methode: “Figure out how much money you are taking home and subtract the amount you are spending. Be sure to keep all that surplus money at work, by paying down high interest debt first and then investing the rest.”

Dood kapitaal

Ik vind de term ‘dood kapitaal’ wel beeldend. Het maakt goed duidelijk dat je er niet zo veel aan hebt. In die zin sluit het heel goed aan op 'Wie niet besteedt wat hij heeft gespaard'. Zelf heb ik op het moment geen dood geld, en ik stort dus niets bij op mijn beleggingsrekening. Meneer en ik moeten nog steeds bekijken of we samen geld hebben dat we eigenlijk zouden moeten investeren.

1 oktober 2017

Hoe doet die Hazelhoff dat nou?

Hij levert een boel interessante quotes die Erik Zwerver Hazelhoff, allemaal goed en wel, maar hoe reist hij nou naar San Francisco met zo weinig geld? 


Gratis overtocht

Het begin was misschien wel het moeilijkst. Want hoe kom je aan de andere kant van de oceaan zonder geld? Het is wat ver zwemmen en je kunt moeilijk in de haven je duim opsteken. Toch is dat laatste zo ongeveer wat hij gedaan heeft. Ongeveer. Hij heeft een tijdje rondgedoold in de haven, hard denken over hoe hij op een schip terecht kon komen. Zou hij het vragen aan een van de mannen werkend op een schip? Uiteindelijk koos hij ervoor om het hoog te spelen. Hij ‘lulde’ zich naar binnen bij de directeur van een rederij, vertelde -enigszins zenuwachtig - zijn verhaal, blijkbaar overtuigend of sympathiek genoeg, want voor hij het wist was hij stuurmansleerling en had hij een gratis overtocht.

De klassieke bordenwasser

In New York aangekomen overweldigt de stad hem. Hij laat zich meeslepen door verleidingen en komt er niet aan toe werk te zoeken. Tot hij besluit daarom weg te gaan. Dan is de druk van de ketel en vindt hij een goedbetaald baantje als bordenwasser. Klassiek. Hij trotseert daarvoor de arbeiders die blijkbaar net ontslagen zijn van hetzelfde baantje en daar not amused over zijn. Zij vinden dat niemand nog voor deze baas zou moeten werken. Onze student trekt zich daar niets van aan, maar vraagt wel een hoger dagloon omdat hij gevaar loopt.

Advertorial

Vanuit de spoelkeuken stapt hij in het vliegtuig. Een nogal onverwachte move die nou niet echt bij zijn budget lijkt te passen. Maar wat blijkt? Hij heeft een vergelijkbare truuk uitgehaald met wat hij in de haven deed: hij maakte een deal met de directeur van de luchtvaartmaatschappij dit keer:

Na een lang gesprek en wederzijdsch enthousiasme hadden we een plan, dat ons beiden toelachte: ik kon mezelf een traject uitzoeken om een indruk te krijgen van service en vliegtuigen – daartegenover zou ik in Holland vriendelijke woorden publiceeren aan het adres van de United Airlines. 

Een soort advertorial dus. Ik moet erbij vermelden dat hij voor zijn vertrek een Nederlandse perskaart had geregeld, die heeft hem vast geholpen hierbij.

Onnozele buitenlander

Verder doet hij zich op het juiste moment voor als licht onnozele buitenlander en wekt daarmee de interesse van een sjieke behulpzame heer die zijn drankjes en later zijn diner wel wil betalen. Het komt dubieus over, maar meer lijkt er niet achter te steken. Ook op andere momenten speelt hij het zo dat mensen hun eten met hem willen delen of hem uitnodigen aan zijn dis.

Persoonlijke aandacht

Omdat de geritselde vlucht niet helemaal tot San Francisco reikt, moet hij nog verder reizen. En wat in de haven niet kon, kan langs de weg prima: hij steekt zijn duim omhoog en laat zich meenemen. Het kost hem overigens wel wat mentale moeite om om een rit te bedelen, blijkbaar vindt hij dat lastiger dan om een overtocht of vluchtje te vragen. Natuurlijk is het zo dat hij een tegenprestatie levert voor die laatste twee, maar ik vond het toch opvallend. Als hij eenmaal over zijn schroom heen is, perfectioneert hij de lift-methode. Persoonlijke aandacht is de kern volgens Erik, die zich inmiddels Jerry noemt om Amerikaanser te lijken. Het idee daarachter is dat hij als Amerikaan minder interessant is dan als toerist voor allerlei mensen die geld aan hem willen verdienen. 
Overigens lift hij mee met verschillende voertuigen: personenwagens, grote vrachtwagens en zelfs de trein. Elk vervoermiddel vraagt zo zijn eigen tactiek. Om de kosten voor een slaapplaats uit te sparen, slaapt hij vaak onderweg.

Perskaart

Hij schrijft ook artikelen voor twee Nederlandse kranten. Of hij daarvoor betaald wordt, weet ik (nog) niet, maar het zou hem hoe dan ook niet helpen tijdens zijn reis want betaling zou pas achteraf plaats kunnen vinden. Er waren toen nog geen ibans en pinpassen. Dat schrijven doet hij in ieder geval in ruil voor de perskaart, die verschillende deuren voor hem opent.

Baantjes

Tot slot heeft hij tussendoor af en toe een baantje, bijvoorbeeld als boerenknecht. Tot de boer erachter komt dat hij helemaal geen koeien kan melken.

Een mooie mix

De overtocht als stuurmansleerling en de vlucht als reclameschrijver vind ik wel de stoerste. Verder steekt hij gewoon ouderwetsch zijn duim op, de handen uit de mouwen en rekent hij op de vriendelijkheid van medemensen. Hij doet zich daarbij volgens mij niet zieliger voor dan hij (niet) is, hooguit af en toe wat onnozeler. Een mooie mix van hard werken en slim zijn vind ik.

30 september 2017

Wie niet besteedt wat hij heeft gespaard

... En met tijd is het net als met geld: wie niet besteedt wat hij heeft gespaard, heeft voor niets gespaard.*


Een stelling die me prikkelt en wijs op me overkomt. Ik zou er een tegeltje van willen maken maar m'n plaatjesprogramma (gimp) is gecrasht. Als ik erover nadenk, weet ik niet zo goed hoe je tijd niet kunt besteden.

Je kunt het niet meenemen 

Van geld snap ik het wel. Geld kun je op een spaarrekening zetten of in een sok stoppen (die schijnt dan oud te moeten zijn), en er vervolgens niets mee doen. Als je dood gaat, kun je het meenemen in je kist, maar daar heb je niet zo veel aan. Overigens hoor je vaak dat je het niet mee kunt nemen. Ik denk dan: je kunt toch gewoon in je testament zetten dat die ene sok die nog onder je bed ligt -die met het geld erin- dat die mee je kist in moet, mét het geld erin welterverstaan. Of zou dat niet mogen?

Tijd is lastig sparen

Tijd die je niet besteed hebt, is niet in een sok te stoppen. Tijd is lastig sparen. Los van het boek waar het citaat uit komt, kom ik er niet echt uit. Maar met het boek wordt het ineens weer heel duidelijk: Onze student die op weg is naar San Francisco heeft een supergoede lift gehad. Hij ligt voor op zijn schema. Daar zou hij blij van moeten zijn, maar voor het eerst tijdens zijn reis voelt hij een ijzige sfeer van antipathie om zich heen. Het doet hem snakken naar een bekend gezicht. Hij herinnert zich een Amerikaans meisje dat hij ontmoet heeft tijdens een wintersportvakantie (onze student was zeker niet onbemiddeld, maar wel met weinig middelen op reis) en besluit een omweg te maken om haar te bezoeken. Hij twijfelt even, de gedachte ‘bezwaart’ hem, totdat hij zich realiseert dat hij met de laatste lift heel veel tijd heeft bespaard. En dat hij die tijd goed kan gebruiken voor deze omweg, anders heeft hij de tijd voor niets bespaard. Helder.
Ik zou overigens die tijd willen bewaren om eventuele vertragingen in het resterende stuk van de reis op te vangen. Tja, toch wat minder avontuurlijk.

Geld is een handig middel 

Nog even over dat geld. Je schijnt het mee te mogen nemen in je kist. Liever papier dan muntjes (vooral in geval van een crematie brandt dat beter). Maar waarom zou je? Wist je trouwens dat er nog steeds grafrovers schijnen te zijn?
Ik ben een groot voorstander van spaarzaamheid, maar alleen om uiteindelijk wel wat nuttigs of leuks met het gespaarde geld te doen. Geld is niet zo’n zinnig doel, het is een handig middel en dat moet je gebruiken, net als tijd.


*Rendez-vous in San Francisco, pagina 70

29 september 2017

De makkelijke weg

... toen ik na anderhalf uur in razende ondergrondsche treinen, snikheete bussen en propvolle straten nog geen van de adressen gevonden had, heb ik mijn loodzwaren koffer den eersten den besten hotelportier in de handen geduwd en een kamer genomen. Dat het toevallig een paleis van een hotel was liet me ijskoud ...

(Rendez-vous in San Francisco, pagina 24)


Hoofdpijn

Ik herken dat. Dat je soms even helemaal geen puf meer hebt om voor de goedkope oplossing te gaan. Vorige week nog. Meneer was ziek, waardoor ik in m’n eentje voor eten en afwas had moeten zorgen. In dat laatste had ik geen zin gehad dus na een halfdoorwaakte nacht –ik slaap niet zo goed met een rochelend en dampend lijf naast me- veegde ik de uienschillen in de prullenbak om een schoon stukje aanrecht te creëren om een boterham te kunnen maken (die half uit elkaar viel, want door mijn eigen ongeduld te warm gesneden in de winkel).
Voelde ik daar iets van dezelfde rochelhoest opkomen die Meneer ook had? Ik had in ieder geval hoofdpijn.

Natte handdoeken

Ik nam een paracetamol en ging aan het werk bij de buren, want er kwamen nieuwe gasten aan. Op zich hadden de vorige gasten het huis netjes achter gelaten, maar dat ze de handdoeken in de week hadden gezet was naast mysterieus (waarom?? niet te veel over nadenken) licht onhandig. De wasmachine staat twee verdiepingen lager en kletsnatte handdoeken gooi je niet door een achttiende-eeuws trappenhuis naar beneden. Dus sjouwde ik met een door water verzwaarde wasmand de steile trappen af. Verder verliep het daar normaal, maar het is toch al niet met m’n favoriete onderdeel van het B&B-gastvrouw zijn en in de staat waarin ik die ochtend verkeerde al helemaal niet.

Waar zouden we zijn?

Die middag moest ik ergens in het midden van het land zijn. Ik had best een stuk kunnen fietsen, maar ik had er echt geen zin in, checkte in en liet me lekker het hele stuk rijden door de machinist.