27 februari 2018

De lessen van Monopoly

Meneer Money Wenkbrauw houdt niet zo van spelletjes. Maar kreeg hij lichtjes in z'n ogen toen onze logees vroegen of hij ook meedeed met een potje Monopoly, ik had al 'ja' gezegd.


Pingostraat

Meteen werden er driftig taken verdeeld door de logees: "Jij verdeelt het geld. Ik doe de kaartjes." Wij mochten ondertussen een pion uitkiezen. Dat was nog even wennen voor ons allevier, want we hebben de Surinaamse versie, ooit gekocht na een heerlijke vakantie. Dus het geld was in Surinaamse Dollars, de straten allemaal onbekend, en de pionnen al even grappig als de straatnamen. Gekleurde vliegtuigjes en de Pingostraat. (Eerlijk gezegd moest ik net de straatnamen even opzoeken. De doos staat beneden en ik zit lekker boven in een comfy stoel te tikken, terwijl een van de logees filmpjes zit te kijken met een dekentje op de bank. Ziet er vast heel digitaal uit, maar voelt cosy, allebei een kopje thee en een plakje cake terwijl de andere twee nog slapen. Maar goed, ik moest het dus opzoeken en kwam erachter dat we een nep-versie van het Surinaamse Monopoly hebben. Het plezier was er niet minder om.)

Straten versus geld

Logee Anne had geluk en kwam op heel veel straten. Hij was zo slim om ze ook iedere keer te kopen. "Oeioeioei, jij gaat winnen," voorspelde Meneer Money Wenkbrauw. Anne was er zelf niet zo zeker van. Hij had veel te weinig geld vond hij. Ben, het andere logeetje keek verlekkerd naar zijn stapel geld en was helemaal de koning te rijk toen hij de Maagdenstraat (Kalverstraat) kon kopen. Hij bemachtigde ook nog de Surinaamse Leidsestraat, die heet Waterkant. Het waren zo ongeveer zijn enige straten, maar wel met potentiële hoge opbrengsten. Hij maakte zich geen zorgen.

Investeren

Elk rondje kon Anne meerdere malen huur innen van alle straten die hij bezat. En hoewel hij graag veel geld wilde hebben - hij vond het maar niks als hij geen 500'tje (het hoogste bedrag) had liggen -  had hij blijkbaar tijdens eerdere spelletjes geleerd dat het slim is om geld zo snel mogelijk te investeren. Hij kocht dus huizen zodra hij kon. Wij probeerden dat allemaal ook, maar hij had de meeste straten. Ben zette (noodgedwongen) alles in op zijn Surinaamse Kalverstraat, maar had nog veel vertrouwen door de enorme bedragen die hij zou kunnen vragen bij een bezoekje.

Hoe het afliep laat zich raden:

Ben had de pech dat het lang duurde voor er iemand langs kwam in de Maagdenstraat. Toen had hij zijn huizen al moeten afbreken omdat hij Anne zo vaak had moeten betalen, eerste nog kleine bedragen, maar elke ronde kwam er hier en daar een huisje bij en werden de bedragen hoger.
Anne won glansrijk.

De lessen zijn duidelijk:


  • Je moet een beetje geluk hebben. En dan moet je dat geluk benutten of een handje helpen:
  • Door te investeren kun je je kapitaal laten groeien.
  • Spreid je kansen.

En voor wie het wil weten. Een Pingo is een soort varkentje.

3 opmerkingen:

  1. Leuk verhaal! In het echte leven kan je inderdaad het beste je kansen spreiden, maar bij monopoly kan je beter 1 straat vol hotels hebben dan veel straten met 1 huisje. Je neemt dan wel meer risico, maar de terugverdientijd is veel beter, en over meerdere potjes is je winkans hoger. Zie ook mijn berekening hierover

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat ik vooral heb geleerd van Monopoly is dat je niet te bang en zuinig moet zijn om dingen te kopen : )

    Huisvlijt

    BeantwoordenVerwijderen