Ik heb daarvoor uitgezocht wat mijn bespaarcentage van 2014 was. Dat was even grasduinen in mijn oude digitale afschriften, maar het is gelukt. Mijn bespaarcentage van 2014, dus toen ik nog geen besef had van Mister Money Mustache, was 35%. Niet eens zo slecht, vind ik.
Als ik op dat niveau had doorgespaard en mijn spaargeld had belegd (dat laatste is niet heel waarschijnlijk, maar even hypothetisch voor de vergelijkbaarheid), had ik na 25 jaar met pensioen gekund volgens MMM.
Inmiddels zit ik op een bespaarcentage van 52% (gemiddeld) en kan ik -volgens MMM- over 16 jaar met pensioen.
Dat is een mooie winst van bijna tien jaar.
In het dagelijks leven is het grootste verschil dat ik voortaan standaard op de fiets naar mijn werk ga, met gesmeerde boterhammetjes in mijn tas voor de lunch. Verder is het bijvoorbeeld een sport geworden om goedkoop boodschappen te doen (in ieder geval goedkoper dan voorheen).
Een ander groot verschil is dat ik ben gaan beleggen. Ik laat, zoals Mister Money Mustache het noemt, mijn geld voor me werken.
Maar het belangrijkste verschil is bewustzijn. Nog veel meer dan voorheen ben ik me bewust van de langetermijneffecten van mijn keuzes. En ik weet nu: je hoeft niet tot je pensioengerechtigde leeftijd te werken als je voldoende geld opzij kunt zetten. Ik had daar nooit zo over nagedacht. Werken tot je 65e (inmiddels 71e), elke maand je geld verdienen, hoorde er gewoon bij, net zoals je naar school gaat vanaf je vierde. Sparen was voor grotere uitgaven, een buffer, noodgevallen of een keer iets leuks.
Wat een eye-opener dat het ook anders kan. Het gaat niet vanzelf, maar dat hoeft ook niet.

