31 maart 2018

De krant lezen door een zakdoek

Wat een saai cadeau,” dacht ik toen mijn vader suggereerde om zakdoeken voor mijn moeders verjaardag te kopen. Maar ja, een beter idee had ik niet, en mijn moeder had zelfs geen idee toen ik het haar vroeg: “Het is zo wel goed.

Papieren gebakken peren

De suggestie van mijn vader kwam voort uit een kleine ergernis: mijn moeder stopt in al haar broekzakken wc-papiertjes die dienst (moeten gaan) doen als zakdoek. Papa vindt het er A niet uitzien als ze zo’n papieren vodje met blauwe hondjes erop uit haar zak haalt, en B is hij verantwoordelijk voor de was en als je een keer zo’n diep en een broekzak weggemoffeld toiletpapiertje mist dan zit je met de gebakken peren.

Twee vliegen

Ik zou dus twee vliegen in één klap kunnen slaan. Een ergernis bij mijn vader wegnemen en een cadeautje voor mijn moeder waar ze behoefte aan heeft (ze stopt die wc-papiertjes niet voor niets in haar broekzakken).

De leukste dingen

Maar het moest wel een leuk cadeautje worden, en een beetje origineel. En daar kwam internet om de hoek kijken. Want een zakdoek van de hema kan ze zelf ook kopen, en de buurvrouw ook. Maar als je op internet niet meteen op de eerste hits klikt, en ook eens een paar pagina’s verder kijkt, vind je de leukste dingen.

Aliexpress

Nou is ‘de leukste dingen’ een relatief begrip en zeker bij dameszakdoeken moet je ook weer niet al te hoge verwachtingen hebben. Hoewel, bij aliexpress hebben ze echt gave doekies, maar daar heb ik nog nooit iets durven bestellen. Jullie wel? (En bovendien was ik voor mijn doen best op tijd met zoeken naar een cadeautje maar ook weer niet zo op tijd dat ik me een verzendtijd van meer dan drie dagen kon veroorloven).

Tevreden

Ik vond zakdoeken met een dessin naar mijn en naar ik dacht mama’s zin en bestelde ze. 12 stuks voor 13 euro inclusief verzendkosten. Niet duur, fijne bijkomstigheid (de zakdoeken van 30 euro per stuk vond ik ook mooi, maar kwamen toch niet door mijn selectie). Ondertussen bedacht ik dat ik ze ook nog wel leuk als een boeketje zou kunnen ‘vouwen’. Ik ben niet zo heel creatiefmetkurk (term met dank aan barabas), maar dit moest nog wel lukken. Ik was best tevreden met mezelf.

De krant

Toen kwamen de zakdoeken. Je kunt er de krant door lezen. Letterlijk (in ieder geval de koppen een beetje; bonuspunten voor wie de kop raadt/leest.) Ze lijken me dus niet echt geschikt om je neus in te snuiten. Dan blijkt het ineens een nadeel dat ik ze via internet heb gekocht. “Het retourneren van een pakketje kost 4,95” staat op de site. Ik weet niet precies wat ze daarmee bedoelen: Krijg ik het bedrag wat ik betaald heb terug minus 4,95? Hoe zit het met de verzendkosten (heen (die waren 3 euro) en weer)? Ik weet niet eens zeker of dit wel mag, maar ik heb dit keer geen zin om een eventuele strijd aan te gaan. Ze zullen zeker de verzendkosten niet retourneren en dan kost het me dus minstens 3 euro en heb ik nog steeds geen cadeautje.

Boeketje

Het is niet zo bespaarderig, en ik laat dus gewoon gebeuren dat ik mogelijk 12 keer 30x30 cm niet zo functioneel doek heb gekocht. Maar:

Ik maakte mijn geplande boeketje, heb er vertrouwen in dat mijn moeder het een leuk gebaar zal vinden en hoop dat het op miraculeuze wijze mee zal vallen met het absorberend vermogen van de zakdoeken.

29 maart 2018

Stukjes sparen

Sparen is nuttig. Of iets preciezer: het hebben van een buffer en reserveringen is nuttig. Eens in de zoveel tijd kom je, verwacht of onverwacht, voor uitgaven te staan die beduidend hoger zijn dan je inkomsten van die maand. Dan heb je dus spaargeld nodig (of een lening, maar dat is een dure vorm van achteruitsparen). Laatst bijvoorbeeld liepen de remmen van onze auto aan. De bijbehorende band was loeiheet. Dat moest dus gemaakt worden en dat kost net iets meer dan een paar tientjes. (Eerlijk gezegd ook geen heel maandsalaris, maar we hebben geluk gehad de laatste tijd *klopt op hout* en ik wilde wel iets noemen wat een beetje recent en echt gebeurd was.)


Geldt voor geld

Dat sparen nuttig is geldt voor geld. Na mijn blogpauze van bijna een maand vroeg ik me af in hoeverre er een analogie is met het sparen van ‘stukjes’, blogartikelen. De blogpauze was niet gepland en eigenlijk ook een beetje ongewenst. Ik houd van schrijven én van lezers. (Ja van u (of jou als je je daar prettiger bij voelt); fijn toch om geliefd te zijn?!) Als je lezers wilt houden, moet je regelmatig schrijven. Als je een gat laat vallen, haken mensen logischerwijs af en moet je daarna weer op gaan bouwen. Ik blog omdat ik het leuk vind en mijn plezier in bloggen wordt groter als mijn blogs goed gelezen worden. Dan doe ik mezelf dus een plezier als ik regelmatig blog.

Drempel

Regelmatig bloggen lukt niet altijd. Een keer een dagje overslaan is niet zo erg. Maar als het er wat meer zijn, vormen ze voor mij een drempeltje om weer te gaan bloggen. Hoe meer dagen hoe hoger de drempel. Ik heb het gevoel dat ik na een pauze met iets echt goeds moet komen, hoe langer de pauze hoe beter het moet zijn. “Ja duh, ik heb een maand niet geblogd, dan kan ik toch niet ineens met een stukje over soep aan komen zetten?” Tot ik mezelf streng maar vrolijk toespreek, roep dat ik het mezelf niet te moeilijk moet maken, en dan blijkt de drempel alleen maar in mijn hoofd te zitten (Goh!).

Actueel en enthousiast

Ik zou mijn blogpauzes graag willen voorkomen en volgens mij kan een buffer blogs daarbij helpen. Ik heb het al wel eens geprobeerd. Dan nam ik me voor om alleen op woensdag en in het weekend een blogje te publiceren en de blogjes die ik dan op de andere dagen zou schrijven, waren mijn buffer. Als ik dan een keer geen tijd of zin had op een 'publicatiedag', kon ik een blogje uit mijn buffer publiceren. Dat ging tot nu toe mis. Meestal omdat ik dan toch vaker ging publiceren, bijvoorbeeld omdat ik vond dat ik een heel actueel blogje had geschreven. Dat blogje over die die gewonnen voetbalwedstrijd kon ik ook echt niet een week laten liggen toch? Of omdat ik gewoon enthousiast over het blogje was en het meteen wilde delen. Echt, dat heb ik vaak.

Tijdloos

Het is dus de kunst om tijdloze blogjes voor de buffer te schrijven. Dit blogje is niet helemaal tijdloos want geschreven naar aanleiding van mijn blogpauze, maar of ik hem vandaag, morgen of overmorgen publiceer, maakt niet zo veel uit. (Het is vandaag geworden, dat is altijd waar : ) )
Én ik moet mijn enthousiasme over een blogje voorpret kunnen laten zijn. Met geld lukte me dat altijd aardig (Jippie wat een goed bedrag heb ik weer gespaard, daar kan ik later allerlei leuke of nuttige dingen mee doen.) Dan moet het met stukjes toch ook lukken?!

Hebben jullie nog tips? Hebben jullie een buffertje blogs? Hoe groot en hoe heb je dat opgebouwd? Publiceren jullie op vaste dagen? 

27 maart 2018

3-0 reden voor optimisme? Ja!


We hebben gewonnen gisteravond. Met drie-nul nog wel. Van de Europees kampioen. Dat is voor de media reden tot (voorzichtig) optimisme. Dat vind ik een verademing, ik houd van optimisme (meer dan van voetbal).

De economie en andere dingen

Voetbalminnenden mogen dus blij zijn. Is er verder reden om te juichen? Over het effect op de economie zijn verschillende theorieën. We zouden meer geld uitgeven als oranje wint, goed voor de economie dus. Een andere theorie zegt dat het juist slecht is voor de economie: de ‘oranje’-uitgaven zijn alleen maar een verschuiving van andere uitgaven en op het werk zouden we minder productief zijn doordat iedereen is afgeleid (of een kater heeft van het feest). Oranje-uitgaven zouden vooral gaan naar prullaria en ongezond eten, slecht voor het milieu dus. Maar de sfeer is beter en dat is juist weer goed voor de productiviteit. 

Zelf word ik vrolijk van vrolijke mensen, en als ik vrolijk ben zorg ik beter voor de wereld om me heen, pak ik dingen met meer zin aan. Dat van die goede sfeer klopt voor mij. Dus ik hoop dat ik een hoop voetballiefhebbers tegenkom vandaag. Kan ik ook genieten van de overwinning. Want al maakt één zwaluw nog geen zomer, en één overwinning nog geen kampioen, het is wel een leuk begin, en gewonnen is gewonnen. Yes!

26 maart 2018

Vakantie

Bijna een maand heb ik geen berichten gepost. En in die maand hebben we een vakantie geboekt, ik ben dus niet eens op vakantie geweest. Nou is mijn leven op het moment eigenlijk een grote vakantie, dus in díe zin had ik wel vakantie afgelopen maand.

Moeten en de flow

Ik denk dat die maand pauze ook wel te maken heeft met het feit dat ik mijn leven als vakantie beschouw of wil beschouwen. Ik wil zo min mogelijk moeten. Dus ‘ik moet weer eens wat schrijven’ tegen mezelf zeggen, werkt niet. Het is enerzijds fijn dat dat kan en anderzijds soms ook jammer. Ik vind het namelijk fijn om te schrijven en zeker als ik in een flow terecht kom. Ik heb de grootste kans om in die flow terecht te komen als ik regelmatig schrijf. Soms moet je jezelf ergens toe zetten om niet veel later al de beloning te kunnen incasseren. ‘Zin maken’ kan dus echt. Gewoon beginnen en dan merk je dat de voordelen en het plezier veel groter zijn dan de nadelen.

Waarom vind ik schrijven niet leuk?

Nu ik het opschrijf, merk ik dat ik eigenlijk nauwelijks nadelen kan bedenken. Ja, ik moet achter mijn laptopje kruipen, en soms vind ik dat ik te veel achter een scherm zit. En ja, soms heb ik een writers-blockje en zit ik even naar dat witte vlak te staren. Maar dat blockje duurt eigenlijk nooit heel lang als ik eenmaal ben gaan zitten en er echt even over nadenk. En een blogje schrijven en posten kost echt niet een hele dag, er blijft genoeg tijd over voor andere dingen.
Misschien heb ik andere dingen wel te veel voor laten gaan, zonder echt goed na te denken over wat ik het liefste zou doen als ik er iets langer over na zou denken. Dat kan me zomaar eens gebeuren. Dan ‘ren’ ik van het een naar het ander, waarbij ‘het een’ en ‘het ander’ best leuke dingen kunnen zijn, maar vergeet ik bewust te kiezen. Ook wel eens lekker makkelijk.

Wat heb ik dan afgelopen maand gedaan?

Als ik naar mijn agenda kijk, zie ik inderdaad wel best wel wat dingen staan. Eind februari/begin maart hadden we een periode met veel kinderen. Ze kwamen hier logeren of spelen, of ik ging ergens oppassen. Vaak zijn er dan nog wel momenten om te kunnen schrijven, maar niet altijd. En dit keer hadden we veel logees tegelijk dus nadat ze weg waren, moest er meer opgeruimd worden (klapbedden opruimen en zo, hoewel, dat is een slechte smoes want dat heb ik nog steeds niet helemaal gedaan *klein bloosje*)

Ik ging regelmatig naar mijn ouders. Ook daar kan ik meestal wel wat schrijven, maar deze keren hadden we een wat intensiever programma met onder andere het bezoeken van een paar zorgboerderijen om te kijken of het iets voor mijn moeder zou zijn om daar een dag per week activiteiten te gaan doen. (Ik merk dat ik de term ‘opgevangen te worden’ niet uit mijn vingers krijg in een directe zin over mama. Dat laat zien dat dit ook nogal wat emotionele impact had en heeft.)  

Verder ‘werkte’ ik in het Schiedams Boekhuis (extra dagen in verband met de boekenweek, wat een feest), waren er een paar keer gasten in de airbnb, ging ik naar een reünie, bezochten we wat Open Huizen, zat ik op een stembureau, las ik een niet weg te leggen boek en nog meer, bezocht ik mijn schuldhulpmaatje, hadden we een paar gezellige afspraken en een feestje, én ik schoonde mijn laptop op.

Laptoptijd en -ruimte

Dat laatste was denk ik de boosdoener. Ik bracht een verzamelmap met ruim achtduizend foto’s en filmpjes terug naar minder dan vierduizend items. Ik bracht ze onder in mappen waar ze thuishoren en dus terug te vinden zijn en ik gooide er vooral ook heel veel weg. De rest is van Meneer Money Wenkbrauw. Dat mag hij nog eens uitzoeken. (Mocht je je afvragen waarom er bijna vierduizend foto’s en filmpjes van Meneer op mijn laptop staan: Dat is onderdeel van ons backup-systeem (en altijd handig), mijn documenten, foto’s en filmpjes staan ook op zijn laptop.)

Ik vond het niet eens vervelend om te doen. Ik vind het leuk om foto’s en filmpjes te bekijken en het geeft voldoening om grote bestanden die niet leuk of interessant zijn weg te kunnen gooien. Mijn arme laptopje had echt behoefte aan die ruimte. Maar het kostte wel veel tijd, veel tijd achter de laptop, en ik denk dat dat grotendeels mijn schrijftijd en -zin heeft opgeslokt.

Dat ik de boosdoener heb gevonden en dat ik daar nu niet meer mee bezig ben, neemt niet weg dat ik weer wat bewuster mijn tijd wil invullen. Onder andere met schrijven dus.

27 februari 2018

De lessen van Monopoly

Meneer Money Wenkbrauw houdt niet zo van spelletjes. Maar toch kreeg hij lichtjes in z'n ogen toen onze logees vroegen of hij ook meedeed met een potje Monopoly, ik had al 'ja' gezegd.


Pingostraat

Meteen werden er driftig taken verdeeld door de logees: "Jij verdeelt het geld. Ik doe de kaartjes." Wij mochten ondertussen een pion uitkiezen. Dat was nog even wennen voor ons allevier, want we hebben de Surinaamse versie, ooit gekocht na een heerlijke vakantie. Dus het geld was in Surinaamse Dollars, de straten allemaal onbekend, en de pionnen al even grappig als de straatnamen. Gekleurde vliegtuigjes en de Pingostraat. (Eerlijk gezegd moest ik net de straatnamen even opzoeken. De doos staat beneden en ik zit lekker boven in een comfy stoel te tikken, terwijl een van de logees filmpjes zit te kijken met een dekentje op de bank. Ziet er vast heel digitaal uit, maar voelt cosy, allebei een kopje thee en een plakje cake terwijl de andere twee nog slapen. Maar goed, ik moest het dus opzoeken en kwam erachter dat we een nep-versie van het Surinaamse Monopoly hebben. Het plezier was er niet minder om.)

Straten versus geld

Logee Anne had geluk en kwam op heel veel straten. Hij was zo slim om ze ook iedere keer te kopen. "Oeioeioei, jij gaat winnen," voorspelde Meneer Money Wenkbrauw. Anne was er zelf niet zo zeker van. Hij had veel te weinig geld vond hij. Ben, het andere logeetje keek verlekkerd naar zijn stapel geld en was helemaal de koning te rijk toen hij de Maagdenstraat (Kalverstraat) kon kopen. Hij bemachtigde ook nog de Surinaamse Leidsestraat, die heet Waterkant. Het waren zo ongeveer zijn enige straten, maar wel met potentiële hoge opbrengsten. Hij maakte zich geen zorgen.

Investeren

Elk rondje kon Anne meerdere malen huur innen van alle straten die hij bezat. En hoewel hij graag veel geld wilde hebben - hij vond het maar niks als hij geen 500'tje (het hoogste bedrag) had liggen -  had hij blijkbaar tijdens eerdere spelletjes geleerd dat het slim is om geld zo snel mogelijk te investeren. Hij kocht dus huizen zodra hij kon. Wij probeerden dat allemaal ook, maar hij had de meeste straten. Ben zette (noodgedwongen) alles in op zijn Surinaamse Kalverstraat, maar had nog veel vertrouwen door de enorme bedragen die hij zou kunnen vragen bij een bezoekje.

Hoe het afliep laat zich raden:

Ben had de pech dat het lang duurde voor er iemand langs kwam in de Maagdenstraat. Toen had hij zijn huizen al moeten afbreken omdat hij Anne zo vaak had moeten betalen, eerste nog kleine bedragen, maar elke ronde kwam er hier en daar een huisje bij en werden de bedragen hoger.
Anne won glansrijk.

De lessen zijn duidelijk:

  • Je moet een beetje geluk hebben. En dan moet je dat geluk benutten of een handje helpen:
  • Door te investeren kun je je kapitaal laten groeien.
  • Spreid je kansen.

En voor wie het wil weten. Een Pingo is een soort varkentje.

25 februari 2018

Anders geld verdienen: vr-experience-enhancer

Gisteren zag ik een filmpje van een man die gepassioneerd aan een stoel liep te schudden, van links naar rechts trok hij hem, langzaam een beetje omhoog en dan weer omlaag, en dan hop weer schuin. De stoel was vastgemaakt op een plaat, en ik denk dat die plaat op veren stond. Op de randen van de plaat was een reling gemonteerd.

Virtual-reality

Op de stoel zat iemand met een grote zwarte bril, zo'n virtual-reality bril. Op die bril werd een filmpje van een achtbaan geprojecteerd en de man achter de stoel moest de ervaring nog echter maken. Hij kon op een scherm meekijken met het filmpje en wist zo dus precies wanneer hij wat moest doen.

Schudden

Hij liet de stoel ook flink schudden. Dat vind ik het minst leuke gedeelte aan een achtbaan. Dat je over de kop geslingerd wordt: oké, maar dat daarbij je hoofd in een moordend tempo van links naar rechts geschud wordt (met een beetje pech komen je oren iedere keer hard tegen de veiligheidsbeugels aan), hoeft voor mij niet zo nodig. Is volgens mij ook een onbedoeld bij-effect. Dus als ik in die stoel zou zitten, zou ik van tevoren vragen of hij dat weg zou willen laten.


Zwaar

Lijkt me best een leuke baan, virtual-reality-experience-enhancer (virtuele-werkelijkheid-belevenis-verbeteraar). Fysiek zwaar, dat wel. Ik weet ook niet of het heel gezond is, want hij moest wel heel harde rukken geven aan die stoel. Dat is volgens mij niet de allerbeste belasting voor je rug. Maar de hele dag op een stoel zitten aan een bureau is ook niet alles. En je geeft mensen een mooie ervaring. Ik denk dat er veel mensen blij of verwonderd van die stoel afstappen.

24 februari 2018

Een shirt in de winter

Ik heb al eens eerder gepleit voor de huismuts. Het scheelt echt enorm in hoe comfortabel je je voelt, temperatuursgewijs dan. Je verliest gewoon heel veel warmte via je hoofd als er geen muts op zit. Pasgeboren baby’s mogen het wel, maar al heel snel moet de muts af, om hem nooit meer binnen op te mogen zetten. Ik doe dat dus soms wel (net als die paar hippies die niet door hebben dat die trend al weer voorbij is, no offence – ik vind het leuk en slim), en de muts is samen met een kop warme thee mijn belangrijkste wapen tegen het koudegevoel.

Winterkleding

Naast (of eigenlijk onder) de muts draag ik lange sokken (en dan bedoel ik véél langer dan tot m’n enkels (denk knie), waarom je in de winter toch sokken zou dragen die niet over je enkels komen??), een warme broek (soms met maillot), een long-sleeve, een blouse en een trui, en soms nog een leuke sjaal erbij. Het is namelijk winter (en ik ben een koukleum).

Shirtje

De afgelopen weken heb ik op verschillende kinderen uit drie verschillende gezinnen gepast. Drie keer zag ik kinderen in een shirtje. Dat vind ik gek. Nou wonen deze gezinnen allemaal in huizen die minstens 200 jaar later gebouwd zijn dan ons huis. Die huizen zijn dus stukken beter geïsoleerd en dan is een lagere temperatuur al comfortabel. Maar ook een goed geïsoleerd huis en de scholen waar deze kinderen naartoe gaan moeten (een beetje) opgewarmd worden. Zou de thermostaat daar niet nog een graadje lager kunnen als iedereen maar in z'n shirt loopt? Het is toch niet zo gek om een trui aan te trekken? Een muts hoeft dan niet, al zou ik de solidariteit waarderen.