30 september 2017

Wie niet besteedt wat hij heeft gespaard

... En met tijd is het net als met geld: wie niet besteedt wat hij heeft gespaard, heeft voor niets gespaard.*


Een stelling die me prikkelt en wijs op me overkomt. Ik zou er een tegeltje van willen maken maar m'n plaatjesprogramma (gimp) is gecrasht. Als ik erover nadenk, weet ik niet zo goed hoe je tijd niet kunt besteden.

Je kunt het niet meenemen 

Van geld snap ik het wel. Geld kun je op een spaarrekening zetten of in een sok stoppen (die schijnt dan oud te moeten zijn), en er vervolgens niets mee doen. Als je dood gaat, kun je het meenemen in je kist, maar daar heb je niet zo veel aan. Overigens hoor je vaak dat je het niet mee kunt nemen. Ik denk dan: je kunt toch gewoon in je testament zetten dat die ene sok die nog onder je bed ligt -die met het geld erin- dat die mee je kist in moet, mét het geld erin welterverstaan. Of zou dat niet mogen?

Tijd is lastig sparen

Tijd die je niet besteed hebt, is niet in een sok te stoppen. Tijd is lastig sparen. Los van het boek waar het citaat uit komt, kom ik er niet echt uit. Maar met het boek wordt het ineens weer heel duidelijk: Onze student die op weg is naar San Francisco heeft een supergoede lift gehad. Hij ligt voor op zijn schema. Daar zou hij blij van moeten zijn, maar voor het eerst tijdens zijn reis voelt hij een ijzige sfeer van antipathie om zich heen. Het doet hem snakken naar een bekend gezicht. Hij herinnert zich een Amerikaans meisje dat hij ontmoet heeft tijdens een wintersportvakantie (onze student was zeker niet onbemiddeld, maar wel met weinig middelen op reis) en besluit een omweg te maken om haar te bezoeken. Hij twijfelt even, de gedachte ‘bezwaart’ hem, totdat hij zich realiseert dat hij met de laatste lift heel veel tijd heeft bespaard. En dat hij die tijd goed kan gebruiken voor deze omweg, anders heeft hij de tijd voor niets bespaard. Helder.
Ik zou overigens die tijd willen bewaren om eventuele vertragingen in het resterende stuk van de reis op te vangen. Tja, toch wat minder avontuurlijk.

Geld is een handig middel 

Nog even over dat geld. Je schijnt het mee te mogen nemen in je kist. Liever papier dan muntjes (vooral in geval van een crematie brandt dat beter). Maar waarom zou je? Wist je trouwens dat er nog steeds grafrovers schijnen te zijn?
Ik ben een groot voorstander van spaarzaamheid, maar alleen om uiteindelijk wel wat nuttigs of leuks met het gespaarde geld te doen. Geld is niet zo’n zinnig doel, het is een handig middel en dat moet je gebruiken, net als tijd.


*Rendez-vous in San Francisco, pagina 70

29 september 2017

De makkelijke weg

... toen ik na anderhalf uur in razende ondergrondsche treinen, snikheete bussen en propvolle straten nog geen van de adressen gevonden had, heb ik mijn loodzwaren koffer den eersten den besten hotelportier in de handen geduwd en een kamer genomen. Dat het toevallig een paleis van een hotel was liet me ijskoud ...

(Rendez-vous in San Francisco, pagina 24)


Hoofdpijn

Ik herken dat. Dat je soms even helemaal geen puf meer hebt om voor de goedkope oplossing te gaan. Vorige week nog. Meneer was ziek, waardoor ik in m’n eentje voor eten en afwas had moeten zorgen. In dat laatste had ik geen zin gehad dus na een halfdoorwaakte nacht –ik slaap niet zo goed met een rochelend en dampend lijf naast me- veegde ik de uienschillen in de prullenbak om een schoon stukje aanrecht te creëren om een boterham te kunnen maken (die half uit elkaar viel, want door mijn eigen ongeduld te warm gesneden in de winkel).
Voelde ik daar iets van dezelfde rochelhoest opkomen die Meneer ook had? Ik had in ieder geval hoofdpijn.

Natte handdoeken

Ik nam een paracetamol en ging aan het werk bij de buren, want er kwamen nieuwe gasten aan. Op zich hadden de vorige gasten het huis netjes achter gelaten, maar dat ze de handdoeken in de week hadden gezet was naast mysterieus (waarom?? niet te veel over nadenken) licht onhandig. De wasmachine staat twee verdiepingen lager en kletsnatte handdoeken gooi je niet door een achttiende-eeuws trappenhuis naar beneden. Dus sjouwde ik met een door water verzwaarde wasmand de steile trappen af. Verder verliep het daar normaal, maar het is toch al niet met m’n favoriete onderdeel van het B&B-gastvrouw zijn en in de staat waarin ik die ochtend verkeerde al helemaal niet.

Waar zouden we zijn?

Die middag moest ik ergens in het midden van het land zijn. Ik had best een stuk kunnen fietsen, maar ik had er echt geen zin in, checkte in en liet me lekker het hele stuk rijden door de machinist.

27 september 2017

“You must be very rich!”

Ik lees dus een boek met daarin veel quotes waarvan ik denk: ‘Jaaa, dat is waar, en daar zou ik een een blogje over kunnen schrijven.’ Dat is nog best wel lastig hoor, want dan heb ik me net lekker op de bank genesteld, kopje thee bij de hand, zit ik helemaal in het verhaal, ik voel bij wijze van spreken de Amerikaanse zon net zo onbarmhartig op mijn gezicht branden als op het gezicht van Erik de hoofdpersoon, komt er een quote langs. Hoe zorg ik nou dat ik die terug kan vinden? Om op elke pagina met een quote (het zijn er best veel) een ezelsoor te maken, vind ik ook weer zo wat. Volgende keer maar even van die plakmemootjes of zo naast me op de bank leggen. Tot nu toe heb ik het opgelost door m’n telefoon uit m’n broekzak te wurmen en daar een fotootje van de pagina mee te maken. (U begrijpt, mijn leven is zwaar.) 

Rijk

Goed, op pagina twee begint het al. Erik, student, heeft net in een bar in Scheveningen in een opwelling tegen een Amerikaans meisje gezegd dat hij weggaat van hier, naar de andere kant van de wereld. Waarop zij dus zegt: “You must be very rich,” en hij antwoordt dat dat helemaal niet zo is en dat hij zonder geld gaat.

Je kunt dingen doen die heel duur lijken, zonder al te veel geld. Dat betekent dat je het anders aan moet pakken dan de meeste mensen, soms heel simpel anders, soms heel anders anders.

Jaguar

Zo reden wij  een paar jaar in een Jaguar, de mooiste Jaguar die ooit gemaakt is. Dat laatste is een quote van Meneer, want ik heb niet echt een beeld van alle Jags die ooit gemaakt zijn in mijn hoofd en kan dus ook niet vergelijken. Hoeft ook niet, ik vond deze gewoon mooi. Het bleek erg leuk om in het ding te rijden, mensen gaan spontaan naar je zwaaien en bij het benzinestation was hij altijd goed voor een praatje. Daar word je toch vrolijk van?!
Hij was heel goedkoop in aanschaf. Dus terwijl iedereen zich afvroeg waar wij zo’n enorme en mooie auto van betaalden, reden wij rond in een auto die minder dan duizend euro had gekost. Eerlijk gezegd liep hij niet heel zuinig. Dus verdiepte Meneer (mijn chauffeur) zich in hoe zuiniger ermee te rijden en dat lukte. Dat was nog steeds relatief dus op dit punt misschien niet het allerbeste voorbeeld, hoewel het ons wel prikkelde om heel bewust te kiezen waarvoor we de auto gebruikten. Meneer verdiepte zich ook in de motor en zo, en kon dus zelf kleine reparaties uitvoeren, dat scheelde ook. Uiteindelijk waren het relatief goedkope autojaren voor ons. En heel belangrijk: we hebben er heel veel plezier aan beleefd. Meer plezier dan ik ooit had gedacht te beleven door een auto. Toen hij wat vaker gebreken ging vertonen die Meneer niet zelf op kon lossen, hebben we hem verkocht. Ook wel omdat de milieuvervuiling per gereden kilometer toch best wel hoog was en dat zat ons niet lekker.

Thuisbioscoop

Ander voorbeeldje is onze thuisbioscoop. Dat klinkt heel duur vind ik, en dat was het niet. We hebben voor niet al te veel geld een goede beamer gekocht. Dat is een kwestie van je verdiepen in die apparaten, weten wat jij ervan wil (de onze heeft een prima lichtopbrengst, maar we kunnen geen film kijken als we de kamer niet verduisterd hebben. Dat willen we ook helemaal niet, het is veel gezelliger om de gordijnen dicht te hebben tijdens de film. Dus we hoeven niet extra te investeren in mega-lichtopbrengst.) Als je de tijd neemt en goed zoekt, wat geduld hebt (om te wachten op een aanbieding) hoeft een beamer niet duur te zijn.
Je kunt een duur projectiescherm kopen, maar een pot goede witte muurverf doet ook wonderen. (Oké dat gaat niet vanzelf, en de methode van Mister Bean met een staaf dynamiet in die pot verf werkt ook niet, dus je moet even aan de slag met een roller en zo.)
Onze geluidsinstallatie komt van een tweedehands winkel. Daar moet je natuurlijk een beetje geluk mee hebben. Maar het is ook je erin verdiepen, wat geduld, regelmatig even checken en dan kun je dat geluk een flink handje helpen.

Niet niks, wel weinig

Natuurlijk zijn dit voorbeelden die wel wát geld kosten, maar Erik (uit het boek) gaat ook niet helemaal zonder geld. Hij neemt tien dollar mee, ik weet niet hoeveel dat nu waard zou zijn, maar in een artikel uit 2000 staat dat het toen, in 2000 dus, ongeveer 120 à 130 dollar was. Dat is behoorlijk weinig geld voor een reis naar San Francisco, waar ze uiteindelijk afspreken.

Ik ben wel benieuwd of jullie nog bijzondere voorbeelden hebben van dingen die duur lijken, maar waar je, als je het iets anders aanpakt, helemaal niet zo veel geld aan kwijt bent. (En nee, 'duur lijken' is normaal niet het streven, maar ik volg even de quote.) 

26 september 2017

Als zwerver, werkend.

De laatste die ik me zonder googlen kan herinneren ging met een tuktuk Europa door. Maar je hebt er ook die al steppend van Noord naar Zuid door Amerika trekken of in een oude auto diagonaal Afrika doorkruisen, liefst met zo min mogelijk geld en niet omdat daar ergens moeten zijn of daar een beter leven op kunnen bouwen. Nee omdat ze díe reis op díe manier wíllen maken. 

Welvaart

Ik dacht dat het iets van deze tijd was. Dat het iets te maken had met welvaart,
‘van gekkigheid niet meer weten wat we we moeten doen’.
Vroeger hadden ze geen tijd voor die onzin, hoefden ze niet te bewijzen dat ze met weinig middelen grootste dingen konden, want toen hadden ze weinig middelen en daar moesten ze alles mee doen, het gewone leven en ook grootse dingen, als ze die al in hun hoofd haalden. Dat klinkt zuurder dan ik ooit wil zijn, past niet bij mijn levenshouding op veel andere vlakken, en ik ben dan ook blij dat ik bewijs voor het ongelijk van mijn zeldzame calvinistische gedachtenkronkel heb gevonden:

Onverwacht

Het was een van de standaard-vragen tijdens de Openmonumentendagen, de “Hebt u al die boeken gelezen?” die me deed besluiten weer eens een boek uit mijn eigen kast in plaats van uit de openbare bieb te trekken. Ik verwachtte eerlijk gezegd niet zoveel van dit boek – alle Nederlandse boeken in mijn kast waar ik veel van verwacht, heb ik al gelezen. Wat is het fijn als dat soort verwachtingen, de eerstgenoemde de niet zulke hoge, niet uitkomen. Het boek blijkt grappig en een bron van inspiratie te zijn. Én zoals gezegd mijn restje ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ onderuit te halen.

Soldaat van Oranje

Want niemand minder dan Soldaat van Oranje vóórdat hij Soldaat van Oranje werd, besluit op de tweede pagina van dit boek om, zonder noodzaak en zonder geld naar Amerika te reizen. “Als zwerver, werkend.
En omdat ik respect heb voor Soldaat van Oranje en omdat dit in 1938 speelt, komen er geen negatieve gedachten in me op en vind ik het alleen maar interessant. Ik ben nog niet eens op pagina 100 (van de 273) en ik heb nu al een paar leuke quotes waar ik een blogje over wil schrijven. Ik ga dus een serie(tje) proberen.


25 september 2017

Grote vangst

De mannen gaan duidelijk voor de grote vangst. Want tot nu toe hebben ze bijna alles wat ze hebben gevangen ook weer teruggegooid in de gracht voor ons huis. Ik merk aan mezelf dat ik best wel nieuwsgierig ben wat ze vangen, én naar wat ze dan eigenlijk hopen te vangen.

Als je er op een bepaalde manier naar kijkt, zou magneetvissen best wel een mustacian-ding kunnen zijn om te doen. Ik zie er de lol wel van in: het is spannend wat je naar boven haalt, misschien vind je wel een mooie oude scheepsbel of oude munten, maar ook minder spectaculaire vondsten zouden mijn fantasie prikkelen. ‘Waar komt deze bout vandaan? Losgetrild uit een onderdeel van een schip? Gaat dat schip nu dat onderdeel verliezen?

Leuk en spannend dus en je kunt er ook nog wat geld mee verdienen. IJzer levert volgens een snelle google-actie elf tot veertien cent per kilo op. Van veertien cent kun je geen brood kopen, maar gelukkig is ijzer vrij zwaar dus je hebt zo een paar kilo bij elkaar. Niet dat het heel hard opschiet, voor een tientje zul je al gauw vier of vijf fietsen (of het equivalent daarvan) naar boven moeten halen en inleveren. Bij mij zou dan ook nog het gevaar op de loer liggen dat ik al die spannende dingen wil bewaren (want je kunt er een mooi verhaal bij verzinnen).

Geen gouden bergen dus (goud is ook niet magnetisch), maar toch: het is een hobby die geld oplevert in plaats van geld kost. Als je tenminste de opstartkosten eruit haalt, want je moet wel een flinke magneet en een stuk touw hebben, en vooral zo’n magneet kost wat.
Het is daarnaast wel tegelijkertijd goed voor het milieu, als je het tenminste niet teruggooit.

Ik zal voorlopig niet te weten komen wat er allemaal in het water voor ons huis ligt. Want hoewel het me best wel leuk lijkt voor een keertje, denk ik niet dat dit uit kan groeien tot ‘iets leuks waarmee ik voldoende inkomen genereer om van te leven’. En die mannen? Die zijn doorgelopen en hebben alle stukken ijzer die het begin van een verhaal zouden kunnen zijn weer terugvertrouwd aan het donkere water voor de deur.

20 september 2017

Opruimen versus zuinigheid

Dit weekend nam ik een ferm besluit. Ik bracht een fles wijn uit de voorraadkast naar boven, naar de keuken. 'Vóór donderdag ga ik daarmee koken, anders gaat ie weg,' zei ik tegen mezelf. De fles stond al jaren te verstoffen in onze voorraadkast. En dit is niet zo'n wijn die met de jaren beter wordt.

Ik had al eerder getracht mezelf te stimuleren
om met deze wijn te koken. Dit papiertje heb ik
vorig jaar december erop geplakt.
Waarschijnlijk hebben we de wijn gekregen. Wij drinken eigenlijk nooit rode wijn en kopen die dus ook niet voor onszelf. We krijgen wel rode wijn. Heel af en toe gaat er een flesje open. Als we visite hebben of zo. Maar de rodewijnvoorraad groeit harder dan hij slinkt.

Dit weekend probeerde ik plaats te maken in de voorraadkast, zodat spullen die elders in huis ruimte in beslag namen in die voorraadkast zouden passen. Eigenlijk zijn treinen en rails natuurlijk geen voorraad zoals bedoeld voor in een voorraadkast, maar dat is een ander verhaal. Ik gooide  lege flesjes waarvan ik ooit dacht dat ik ze nog zou gaan gebruiken weg, ook lang geleden aangebroken verpakkingen en zelfs een paar onaangebroken verpakkingen die al lang over de datum waren en die ik toch nooit zou gaan gebruiken vonden hun weg naar de prullenbak. Het ging best vlot, maar de wijn vond (en vind) ik een moeilijk geval. Die is niet overduidelijk al meer dan vijf jaar over de datum, die zou heel lekker kunnen zijn, en je kunt er altijd nog mee koken.

Dat laatste vond ik eigenlijk wel een goed plan. Ik bracht dus een fles naar boven om mee te koken, vóór donderdag. Vannacht verstrijkt die deadline en het eten voor vanavond is al klaar. Meneer heeft vanavond namelijk maar heel weinig tijd, dus vroren we de helft van de ovenschotel van zondag niet zoals gebruikelijk in, maar bewaarden we die voor vanavond.

Ik weet nu niet meer zo zeker of ik die wijn weg moet gooien. Zaterdag wist ik het nog heel zeker. Nu vind ik het toch zonde. Maar ja, de deadline was er niet voor niets: donderdag worden er opnames gemaakt in huis en dan wil ik het opgeruimd hebben. En we hebben nog heel veel flessen wijn in de voorraadkast staan, daar gaan ze niet filmen, maar ik bedoel: het is niet zo dat we zonder zitten als we deze weggooien. Deze fles kan daar trouwens best weer bij, dan wordt het looppad slechts een klein beetje smaller, maar het gaat me ook een beetje om het principe. Als ik die wijn nu terugzet, doe ik weer niets aan die onzinnige voorraad.

Ik moet nog naar de glasbak om een paar lege flessen weg te brengen. Ik zou hem mee kunnen nemen ...

18 september 2017

Deposito's

Negentien deposito's heb ik. Ze hebben allemaal verschillende einddata en verschillende doelen. Ik beheer ze handmatig. Dat is best wel wat gedoe. Ik ben enigszins benieuwd hoeveel me dat nou oplevert. Maar ik vind het eerlijk gezegd wat veel werkt om dat precies uit te rekenen. Daarom heb ik uitgerekend wat de deposito's die deze maand afliepen me hebben opgeleverd.

Deposito versus gewone spaarrekening
In totaal gaat het om 13.175 euro in deposito's van één jaar (op één na: een deposito van 1.000 euro van zes maanden). De deposito's leverden €114,25 aan rente op. Als ik het geld op een gewone spaarrekening had laten staan had met dat ongeveer €73,- opgeleverd. Een verschil van ruim veertig euro dus. Misschien niet heel veel, zeker niet als je het afzet tegen ruim dertienduizend euro, maar het valt me toch niet tegen. Omdat de rentes zo laag zijn, had ik gedacht dat het minder zou schelen.

Het geld in mijn deposito's heeft zoals gezegd allerlei doelen. Het is dus geld waarmee ik niet wil beleggen. 

"Puur hypothetisch heb ik daar toch ook even naar gekeken." 

Beleggen
Als ik het bedrag op 1 september 2016 bij mijn beleggingen had gezet, had het me zo'n 487 euro opgeleverd.

Bitcoins
En, gewoon omdat het kan, omdat Meneer toch een heel ingewikkelde excel-sheet heeft gemaakt om de bitcoinkoers te analyseren, heb ik hem gevraagd wat het ons had opgeleverd als we een jaar geleden voor 13.175 euro aan bitcoins hadden gekocht. Het had ons bijna 74.000 euro opgeleverd. Puur hypothetisch dus, want met dit geld zou ik nooit beleggen, laat staan bitcoins kopen. Er zijn ook tijdsframes anders dan deze toevallig gekozen periode die verlies hadden opgeleverd.

Ik was ook helemaal niet van plan om dat uit te rekenen, maar toen ik toch lekker bezig was en Meneer wel even wilde helpen, rolde het uit mijn toetsenbord voor ik het wist. Ik ga een andere keer wel nadenken over of en hoe ik wat meer structuur aan kan brengen in mijn deposito's, en of ik dat überhaupt zou moeten willen.